De gratie Gods

Gratie Gods

Een onderwerp dat regelmatig voorbij komt in de Telegram groepen over en van autonome mensen, is de gratie Gods.
In 2022 heeft iemand, via een WOO verzoek, navraag gedaan naar de historie van de tekst “bij de gratie Gods”. Deze aanhef is opgenomen in wetsartikelen.

Op zich al merkwaardig dat iemand hier een WOO verzoek voor indient. WOO verzoeken zijn bedoeld om informatie op te vragen die gebruikt is om tot een besluit te komen te komen en niet om algemene informatie op te vragen.
Meer informatie over WOO verzoeken kun je vinden op de site van de Rijksoverheid.
Maar de vraag is als een WOO verzoek beschouwd en ook zo behandeld, en de vraagsteller heeft antwoord gekregen.

Er is geen document waarin dit vastgelegd is, het heeft een Bijbelse historie. Voor de autonomen reden om de conclusie te trekken dat wetten niet rechtsgeldig zijn. Er is immers geen document waarin deze tekst beschreven is.

U heeft recht op informatie van de overheid. Over hoe de overheid handelt, waarom en hoe een besluit is genomen. Dit staat in de Wet open overheid (Woo). Wilt u informatie inzien? Dan kunt u een Woo-verzoek indienen bij de overheidsorganisatie waar u die informatie van wilt.

Uiteraard is het onzin dat wetten daarom niet geldig zijn. Het betreft een inleidende tekst, die geen onderdeel is van de wettekst zelf. Bovendien, als dit al het geval zou zijn, dan was er al lang een rechtsgeleerde geweest die dit ontdekt had en aanhangig gemaakt zou hebben.
Het volledig antwoord op het WOO verzoek kun je hier lezen.

6 gedachten over “De gratie Gods

  1. K.O. Aben schreef:

    Goede site Guus ;-). Erg nuttig en uitgebreid! 😉 1 zinsverbetering voor deze tekst: er staat ‘WOO verzoeken zien bedoeld’ en dit moet zijn ‘WOO verzoeken zijn bedoeld’. Succes verder! 😉

    1. Guus Disselkoen schreef:

      Bedankt voor het compliment. En bedankt voor het melden van de fout. Ik heb het inmiddels aangepast.

  2. Maarten schreef:

    Zeker een goede site. Interessante en zorgwekkende informatie.

    De autonomen hebben, zoals vaker, vagelijk een punt. Hieronder staat de aanhef van de WKKGZ, de bij mij best bekende wet:

    “Wet van 7 oktober 2015, houdende regels ter bevordering van de kwaliteit van zorg en de behandeling van klachten en geschillen in de zorg (Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg)

    Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

    Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

    Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen ten aanzien van de kwaliteit van zorg en de positie van cliënten in de zorg te versterken door regels te stellen ter bevordering van een effectieve behandeling van klachten door of vanwege zorgaanbieders en een met waarborgen omklede en onafhankelijke behandeling van geschillen tussen zorgaanbieders en cliënten;

    Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:”

    Dit is een volstrekt formulaïsche inleiding. Zo gaat het nu eenmaal.

    Ik kan me wel voorstellen dat iemand die niet in God gelooft zich afvraagt op welke grond onze koning nou eigenlijk macht uitoefent. Hij is koning en ondertekent wetten op basis van een beslissing van een opperwezen..

    Maar goed, Nederland – en andere vergelijkbare landen – kent wel meer van dit soort historisch gegroeide terminologie. Een belangrijk punt mijns inziens is dat we van alles en nog wat kunnen vinden van het recht – daartoe hebben we alle vrijheid! – maar dat betekent niet dat onze opinie ook rechtskracht heeft.

  3. Vilseledd schreef:

    “Uiteraard is het onzin dat wetten daarom niet geldig zijn. Het betreft een inleidende tekst, die geen onderdeel is van de wettekst zelf. Bovendien, als dit al het geval zou zijn, dan was er al lang een rechtsgeleerde geweest die dit ontdekt had en aanhangig gemaakt zou hebben.”

    Het zijn drogredenen. De wetten zijn ‘geldig’, omdat de overheid zich en daarmee de wetten doet gelden en genoeg rechtsgeleerden hebben dit ontdekt, o.a. Frank van der Dun.

    De eerste drogreden betreft ‘uiteraard is het onzin’. Niets is ‘uiteraard’ en ‘onzin’ is geen argument, maar een variant van de these ‘wetten zijn geldig’. De tweede is, dat het anders wel ontdekt zou zijn. Wat is de termijn, dat iets onontdekt moet blijven, wil de ontdekking geen kracht meer hebben?

    De préambule is zeker onderdeel van de wet, zoals het adres, afzender en de aanhef onderdeel zijn van een brief, aangezien anders ik niet weet, wie iets van me wil. Er staat: “Hoi, ik ben Willem-Alexander; God heeft me tot jouw baas gebombardeerd. En ik heb besloten, dat je 30% van je inkomen aan mij moet betalen.” Logisch toch, dat ik dan vraag naar zijn overeenkomst met God.

    1. Guus Disselkoen schreef:

      De tekst “Bij de gratie Gods… etc.” is de aanhef en geen onderdeel van de wet zelf. Uw voorbeeld van een brief gaat niet geheel op als vergelijking. Aanhef en afzender zijn onderdeel van de brief, maar maken geen deel uit van de inhoud van de brief. Zonder die zaken geldt de inhoud van de brief nog steeds.

  4. Vilseledd schreef:

    “Ik kan me wel voorstellen dat iemand die niet in God gelooft zich afvraagt op welke grond onze koning nou eigenlijk macht uitoefent.”

    In dat geval zou ik vragen of hij een braambosje in de fik wil zetten, dan wil ik het geloven.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Algemeen

Vorige artikel

Bevoegdheden en mandaten
Autonoom

Volgende artikel

Autonomen en de Zorgverzekering